Bandenspanninglampje: mag je doorrijden?

Het bandenspanninglampje meldt dat een of meer banden te weinig spanning hebben, of dat het systeem een storing heeft. Brandt het constant en rijdt de auto normaal, dan pomp je de banden bij en rijd je door. Is een band zichtbaar plat of trekt de auto scheef, dan stop je.

Oranje of geel
Gratis check · 4 vragen · geen gegevens nodig
Vraag 1 van 4
1Welke kleur heeft het lampje?
  • A Gewoon doorrijden
  • B Doorrijden en zelf oplossen
  • C Rustig naar de garage
  • D Nu stoppen
Een constant bandenspanninglampje betekent meestal dat een of meer banden te zacht zijn. Pomp ze bij tot de spanning uit de handleiding. Is een band plat, dan stop je veilig.

Wat betekent het bandenspanninglampje?

Het symbool is een doorsnede van een band met een uitroepteken erin. Het hoort bij het bandenspanningscontrolesysteem. Niet elke auto heeft zo'n systeem. Michelin schrijft dat het in Europa sinds 1 november 2014 verplicht is voor nieuwe auto's, dus een jongere auto heeft het vrijwel altijd.

Er zijn twee soorten. Een direct systeem heeft een sensor in de band of het ventiel die de spanning meet. Een indirect systeem rekent de spanning uit de draaisnelheid van de wielen, dezelfde gegevens die ook ABS en ESP gebruiken. Een zachtere band is iets kleiner en draait daardoor sneller.

Het verschil merk je in de praktijk. Michelin beschrijft dat een indirect systeem pas waarschuwt als een band ongeveer 20 procent van zijn lucht is kwijtgeraakt. Controleer de spanning daarom ook zonder lampje elke maand zelf.

Een lampje dat eerst knippert en daarna constant brandt, meldt vaak een storing in het systeem zelf. Kijk in de handleiding van je auto hoe jouw auto dit aangeeft.

Wat zegt de kleur?

Oranje of geel
Oranje of geel is de gebruikelijke kleur. Constant: een of meer banden zijn te zacht. Controleer ze snel. Knipperend en daarna constant: mogelijk een storing in het systeem. Kia schrijft in de handleiding: constant betekent dat een of meer banden aanzienlijk lucht hebben verloren, knipperend betekent een storing in het systeem. Bij andere merken kan dit anders zijn.

Meest voorkomende oorzaken

OorzaakHerkenningWat te doen
Koud weer of net gewisselde bandenLampje komt na een koude nacht of na een wisselBanden bijpompen tot de juiste spanning.
Langzaam lekSpanning daalt na bijpompen telkens weerLaat de band nakijken op een gaatje of een lekke ventiel.
Lekke of beschadigde bandBand zichtbaar zacht, de auto trekt scheef of triltStop veilig. Reserveband, bandenreparatieset of pechhulp.
Systeem niet hersteld na bijpompenBanden zijn goed, het lampje blijft brandenHerstel het systeem via menu of knop, zie de handleiding.
Storing in sensor of systeemLampje knippert eerst en blijft daarna brandenLaat het in een garage of bij een bandenspecialist nakijken.

Wat kun je zelf doen?

  • Controleer alle vier de banden met een bandenspanningsmeter. Doe dat bij voorkeur als de banden koud zijn.
  • Pomp op tot de spanning uit de handleiding of van de sticker in de deurpost of tankklep.
  • Kijk of een band zichtbaar zacht is of er iets in zit, zoals een spijker.
  • Herstel het systeem na het bijpompen als de handleiding dat voorschrijft.

Wanneer naar de garage?

  • Een band wordt na bijpompen opnieuw zacht.
  • Het lampje blijft branden terwijl alle banden goed zijn.
  • Het lampje knippert en blijft daarna branden.
  • De auto trilt, trekt scheef of de band is beschadigd.

Het lampje resetten of uitzetten

Bij veel auto's gaat het lampje vanzelf uit na bijpompen en een stukje rijden. Bij andere moet je het systeem via het menu of een knop herstellen. Dat staat in de handleiding. Zet het lampje nooit uit zonder de banden te controleren.

Hoe controleer je de bandenspanning goed?

  1. Meet bij koude banden: na hooguit een paar kilometer rijden. Warme banden geven een hogere waarde.
  2. Zoek de juiste waarde in de handleiding of op de sticker in de deurpost of tankklep. De waarde kan voor en achter verschillen en hangt af van de belading.
  3. Draai de ventieldop los, druk de meter stevig op het ventiel en lees af. Doe dit bij alle vier de banden.
  4. Pomp bij of laat lucht af tot de waarde klopt. Vergeet de reserveband niet als je die hebt.
  5. Zet de ventieldop terug.

Een meter bij een tankstation kan afwijken. Twijfel je, vergelijk dan met een eigen meter.

Reset en kalibreren

Veel auto's herkennen na het bijpompen zelf dat de spanning weer klopt, soms pas na een stukje rijden. Andere vragen om een handeling in het menu of op een knop. De ANWB schrijft dat de Wegenwacht kan uitleggen hoe je het systeem reset. Pomp dus eerst op en reset daarna. Wie het systeem reset zonder de banden te corrigeren, houdt een systeem dat de verkeerde waarde als normaal ziet. Volgens Michelin moet een specialist het systeem opnieuw instellen als je andere bandenmaten monteert.

Bandenspanninglampje en de APK

Volgens het APK-handboek van de RDW mag de waarschuwingsinrichting van het bandenspanningssysteem geen storing aangeven bij auto's die na 31 december 2017 in gebruik zijn genomen. Bij oudere auto's gaat het om een reparatieadviespunt. Zorg dus dat het lampje uit is voordat je naar de keuring gaat.

Sensoren en kou

Bij kou daalt de bandenspanning. Een lampje op een koude ochtend hoeft dus geen lek te betekenen. Een sensor in een direct systeem heeft een batterij. Michelin noemt een theoretische levensduur van 5 tot 7 jaar. Is een sensor leeg, dan krijg je een storingsmelding terwijl de banden goed zijn.

Bandenspanning in bar of psi

De pomp toont soms psi, terwijl de handleiding bar noemt. Reken om met de psi omrekenen naar bar-tool van psinaarbar.nl en pomp op tot de waarde uit de handleiding.

Wat de vier adviezen betekenen

A Gewoon doorrijden
Informatie of geen storing. Je hoeft niets te doen.
B Doorrijden en zelf oplossen
Bijvullen, tanken, bandenspanning of een deur die niet dicht is. Je lost het zelf op en rijdt door.
C Rustig naar de garage
Laat de auto binnen enkele dagen nakijken. Rij rustig en zonder zware belasting.
D Nu stoppen
Stop zodra het veilig kan, zet de motor uit en bel je pechhulp. Lees ook pech langs de weg.

Veelgestelde vragen

Mag ik doorrijden met het bandenspanninglampje?

Brandt het lampje constant en rijdt de auto normaal, dan kun je rustig naar een bandenpomp rijden. Is een band zichtbaar plat of trekt de auto scheef, dan stop je.

Hoe reset ik het bandenspanningslampje?

Pomp eerst alle banden op tot de juiste spanning. Veel auto's herstellen zichzelf na een stukje rijden. Anders reset je het systeem via het menu of een knop, zoals de handleiding beschrijft.

Wat zijn TPMS-sensoren?

TPMS is het bandenspanningscontrolesysteem. Een direct systeem meet de spanning met een sensor in de band of het ventiel. Een indirect systeem rekent de spanning uit de draaisnelheid van de wielen.

Is een bandenspanning van 2,5 bar te hoog?

Dat hangt van je auto en belading af. De juiste waarde staat in de handleiding of op de sticker in de deurpost of tankklep. Pomp op tot die waarde, niet op gevoel.

Is het bandenspanninglampje een APK-afkeur?

Bij auto's die na 31 december 2017 in gebruik zijn genomen mag het systeem volgens het RDW APK-handboek geen storing aangeven. Bij oudere auto's is het een reparatieadviespunt.

Waarom gaat het lampje aan als het koud is?

Bij kou daalt de bandenspanning. Het lampje kan dan aangaan terwijl er geen lek is. Pomp de banden bij tot de juiste spanning.

Het lampje knippert en blijft dan branden. Wat is dat?

Dat wijst bij veel auto's, ook volgens Kia, op een storing in het bandenspanningssysteem zelf. Laat het nakijken.

Een richting, geen vakoordeel.

De betekenis van een lampje kan per merk en model verschillen. Kijk altijd ook in de handleiding van je auto. Twijfel je, of voelt het onveilig? Zet de auto veilig stil en bel je pechhulp. Bij direct gevaar bel je 112.